STUDIO ROBERT C. SMIT
Voorwoord van niks
FILOSOFIE
VOORWOORD VAN DE SCHRIJVER
EN ZIJN GOEROE VAN NIKS
nonchalante ‘toegeeflijkheid’ van UG
RCS) “Zeg UG, denk je nu niet dat iemand zoals ik, die een diepgaande studie heeft gemaakt van je filosofie en je persoon, en die ruim honderd uur aan cassetteopnames tot in den treuren heeft beluisterd en uitgetypt voor dit boek, dat zo iemand een wat gefundeerder idee over je kan geven dan iemand die jou zomaar eens een enkele keer heeft ontmoet?”
UG) “Nee, het spijt me.”
RCS) “Denk je werkelijk niet dat ik een betere visie kan geven om mensen te introduceren in wat je zegt en bedoelt?”
UG) “Nee, ik geloof van niet!”
RCS) “Dus het enige nut van mijn boek ligt hem in de eventuele verdienste van wat geld!”
UG) “Zeker, als dat je lukt! Ik hoop van ganserharte dat je met je boek wat geld kunt verdienen dat is eigenlijk het enige dat me ervan zal plezieren. Als er maar genoeg dwazen in deze wereld rondlopen om dat boek aan te schaffen, zit je goed. Maar zoals ik je al eerder vertelde is dit de manier waarop je de zaak moet aanpakken: kijk, ik ben niet geïnteresseerd, begrijp me goed, maar je moet interesse wekken bij de mensen. Je moet erover in de kranten schrijven en zodoende een vraag creëren, zoals dat bij elk product gebeurt. En als je niet echt geïnteresseerd bent, doe het dan liever helemaal niet, niet op een halfzachte manier alsjeblieft!”
RCS) “Natuurlijk ben ik erg geïnteresseerd! Ik heb er het afgelopen jaar keihard aan gewerkt.”
UG) “Dat zeg ik ja, het moet dus resultaat afwerpen, voordeel. En welk profijt je ook van je inspanningen mag hebben, het komt jou toe. Ik heb er niets mee van doen.”
RCS) “Zou je me een dienst willen bewijzen, UG?”
UG) “Jou een dienst willen bewijzen? Wat voor dienst mag dat wel zijn?”
RCS) “Je voorwoord inspreken op deze cassette.”
UG) “Nee, sorry, daar begin ik niet aan!”
RCS) “Je bent niet geïnteresseerd?”
UG) “Luister: hij die dit boek koopt en leest moet wel een grote dwaas zijn!”
UG moet zelf even om zijn nonchalante ‘toegeeflijkheid’ lachen.
RCS) “Kom even UG, dat zeg je ieder jaar opnieuw, dit soort van relativerende opmerkingen! Ik geloof echt niet dat je dit meent.”
UG) “Ik meen het welzeker!”
RCS) “UG ik heb ruim dertienhonderd gulden geïnvesteerd om je stem dit jaar op een metaalbandje op te kunnen nemen, in superhifi, zeg nu alsjeblieft wel wat zinnigs, hm?”
UG) “Wat ik zei over de lezer van het boek geldt in de eerste plaats voor jou: je bent een dwaas, je bent een heel grote dwaas om zoveel geld te investeren. Het is werkelijk een grote verspilling!”
RCS) “UG, ik heb heel veel geld geïnvesteerd om jouw stem dit jaar op een metaalbandje te kunnen opnemen, in
superhifi. Spreek alsjeblieft een mooi pakkend voorwoord voor mij in, hm?” UG) “Wat ik zei over de lezer van het
boek geldt in de eerste plaats voor jou: je bent een dwaas, om zoveel geld te investeren!”