contact

STUDIO ROBERT C. SMIT

home

Seks wordt UG’s meditatie

FILOSOFIE

Informatie

NIET VOOR EEN DUBBELTJE GEBOREN



Voorziene en gemanifesteerde jeugd van UG




UG) “My life was really strange, from the very beginning! Very strange life . . .”


RCS) “Zou je moeder daar niet verantwoordelijk voor zijn UG, vanwege die opmerking die ze over je maakte vlak voor ze stierf?”


UG ‘s moeder had op haar sterfbed gezegd dat haar zoon geboren was voor een onmetelijk hoge bestemming.


UG) “Ach, alle moeders vinden hún kind de beste en de mooiste, en ik was enig kind, bovendien was ze stervende!”


Maar voordat UG’s moeder haar visioen uitsprak was, volgens de overlevering zo n drieduizend jaar eerder, de visie over UG, dat hij een ontzaglijk hoge taak zou krijgen al voorspeld, namelijk in de ‘Kowmaranadi Lezing’!


RCS) “ . . . Dus je grootvader bezocht dat instituut in Madras?”


UG) “Inderdaad, maar het was niet juist in het geval van mijn grootvader. Veel van de voorspellingen kwamen anders uit dan was beschreven. Hij stierf op zijn vierentachtigste, terwijl die kaart zijn dood op zijn vierenzestigste had voorspeld.”


RCS) “Ja, maar wat jou zelf betreft UG, je grootvader ging toch ook naar dat instituut om te informeren of er een kaart over jou was?”


UG) “Ja, dat klopt.”


RCS) “Wat is dat voor een kaart?”


UG) “De kaart is geschreven in een archaïsche taal die bijna niemand kan ontcijferen, behalve die mensen die er erg vertrouwd mee zijn. Zij vertalen hem in het Engels of eenvoudig Tamil, zoals bijvoorbeeld dit boekje hier, de ‘Wolk van niet weten’, dat oorspronkelijk in het ‘Oud-Engels’ was geschreven.”


RCS) “En kunnen deze vertalers die kaarten nauwkeurig interpreteren?”


UG) “Ze zijn al geïnterpreteerd. Ze zetten het alleen om in een moderne taal, dat is alles.”


UG begint nu wat onwillig te antwoorden, want hij houdt er niet zo van om over dit soort mystiekige dingen te spreken.


RCS) “Daar moet je iets voor betalen?”


UG) “Ja, alles is geld waard, hm! Het was vijf rupis, nu is het vijfendertig of veertig rupis. Deze mensen hebben die kaarten geërfd van hun voorouders.”


RCS) “UG, hoe ontstaat zo n kaart? Ik heb iets gehoord over ‘Bhrigu’ die in een soort meditatie palmbladeren beschreef met astrologische gegevens van heiligen en wijzen die in de toekomst zouden verschijnen.”


UG) “Nee, niet Bhrigu, Kowmaranadi is het, zijn zuster. Iemand zei dat het Bhrigu was, maar dat is niet zo. Dit bepaalde blad is van Kowmaranadi. Twee personen bespreken de kaart. De één vraagt: hoe kun je zeggen dat dit of dat zal gebeuren? Wel, vanwege dit hier! Ze dramatiseren de situatie, ze bespreken de kaart alsof ze zich voor de Godin Parvatti bevinden, Vasista en Visvamitra. Ik heb er eigenlijk geen goede verklaring voor; ik kan het niet verwerpen en zeggen dat het allemaal maar onzin is, maar tegelijkertijd zou ik er niet op zweren dat er iets van aan is.”


RCS) “UG, ik geloof dat deze Engelse vertaling van jouw kaart je werd gegeven toen je nog een kind was, hm?”


UG) “Ja, ik vond hem in mijn papieren toen mijn grootvader stierf. Destijds maakte het geen enkele indruk op me, nu krijgt het betekenis, na zoveel jaar!”


‘KOWMARANADI-READING’:


Vasista en Visvamitra buigen zich

voor de Godin Parvati

en bespreken de kaart van de persoon.

Zijn naam luidt Gopala Krishnamurti,

Sitaramaya is de naam van zijn vader,

moeders naam is Bharati.’


Dan vervolgt de kaart met de stand van de planeten op het moment van UG’s geboorte. Aan de hand van deze stand zegt Vasista dat de persoon bevrijding zal bereiken in dit leven!


UG) “My life was really strange, from the beginning. Very strange life! Ik werd opgevoed door mijn grootouders. Mijn grootvader was een rijk man, een advocaat. Hij had een groot huis en hij kende alle grote namen van de Theosofie, Blavatsky enzovoorts. Hij legde er zich op toe om een gewijde sfeer in het huis te brengen om mij een zo goed mogelijke opvoeding te geven. Aan de ene kant was hij erg orthodox traditioneel en aan de andere kant was hij erg geïnteresseerd in de Theosofie. Hij slaagde er niet in om daartussen een evenwicht te vinden en dat was het begin van mijn probleem. Iedere ochtend heel vroeg kwamen er leden van de Theosofie, om de heilige geschriften te bestuderen. De Upanishads, de Panchadasi, Nyshkarmya Siddhi, commentaren en de commentaren op commentaren, alles, de hele heilige handel. En ik moest dat allemaal aanhoren, die onzin! Ons huis stond open voor elke spirituele zoeker. Eén ding stond voor mij vast: het waren allemaal hypocrieten. Ze beweerden iets, geloofden dingen en hun leven was oppervlakkig, niets waard. Dat was het begin van mijn zoeken. Soms zei mijn grootvader tegen me: ‘Je verkeert toch maar in een heel gelukkige positie, mijn jongen. Kijk eens naar je vader en zijn broers!’ Dat irriteerde me altijd erg, that bastard! Hij deed erg zijn best voor me maar ik wilde dat helemaal niet. En toen sloeg hij me een keer. Ik was zeven en ik sloeg hem terug! Dat had hij nooit verwacht, het werd een traumatische


ervaring voor die oude man. Ik sloeg hem terug met een riem, dezelfde riem waar hij mij mee geslagen had. Ik had hem nog nooit geslagen. ‘Jij bent groot, je bent op hoge leeftijd, en ik ben pas zeven, maar zoveel jaar verschil geeft je nog niet het recht over mij!’ Daarna heeft hij me niet meer aangeraakt.

Mijn grootvader was eens aan het mediteren toen er een kind van een jaar of twee begon te huilen. Toen sloeg die man dat kind zo hard dat het blauw werd! Moet je je voorstellen, hij mediteerde iedere dag zo’n uur of twee, en dan zoiets!

Ik vroeg me af of er werkelijk iets van aan was wat ze verklaarden. Boeddha, Jezus, de grote leraren. Iedereen heeft het erover, en over Moksha, bevrijding, verlichting, wat is het? Ik wil het zelf uitvinden. Toen bezocht ik zeven jaar lang Shivananda Saraswati. Vanaf mijn veertiende tot mijn éénentwintigste jaar deed ik alle yoga-oefeningen. Ondanks mijn jeugdige leeftijd was ik vastbesloten om uit te vinden of er werkelijk zoiets bestond als moksha, en ik wilde die moksha voor mezelf. Ik wilde aantonen dat er in zulke mensen geen hypocrisie kan bestaan. Dus ik mediteerde, deed yoga, bestudeerde van alles en ik ervoer alle ervaringen waar de boeken over schrijven: Samadhi, Super-samdhi, Nirvikalpa-samadhi, alles! Toen zei ik tegen mezelf: ‘Het denken kan elke ervaring creëren die het maar wil, vreugde, zaligheid, extase, weg smelten in leegheid, al dat soort ervaringen. Dus wat ik nu allemaal ervaren heb kan niet datgene zijn dat ik zoek, want ik ben nog steeds dezelfde persoon die alle dingen mechanisch doet. Meditatie heeft geen waarde voor me, het leidt me nergens heen.”


Kowmaranadi zegt verder:


‘Hoge ontwikkeling tijdens zijn opvoeding.

Begiftigd met grote verbeeldingskracht,

intuïtieve gewaarwording

en begaafdheid in het spreken.’


RCS) ‘Grote verbeeldingskracht’? Toen ik dit las in UG’s astrologische kaart lichtte er wel eventjes een twijfeltje op over die verbeeldingskracht, of die misschien zó groot was dat hij in zijn zoektocht naar de waarheid eigenlijk alleen maar afgerekend had met zijn ‘overmatige verbeeldingskracht’ en wie weet wat voor ‘gestoorde fantasieën’! En dan zijn ‘begaafdheid in het spreken’, waarmee hij natuurlijk ook de mensen wijs kan maken wat hij maar wil! Het was niet zo dat ik aan UG’s oprechtheid twijfelde, maar er ging eventjes een verwonderd kritisch lampje branden. Ook nu nog, terwijl ik UG toch al een aantal jaren ‘ken’, gebeuren er af en toe dingen die me toch even met m n hoofd doen schudden. Zo ontsteekt UG soms in een geweldige woedeaanval over iets ongelooflijk onbenulligs, of hij vergeet, ondanks zijn ‘alomtegenwoordigheid’ terwijl hij de deur dicht trekt zijn kleine teentje mee te nemen door diezelfde deur, waardoor hij letterlijk het bloed laat kruipen waar het niet gaan kan!


‘Hij moet zijn voorspoed verkrijgen door

persoonlijke verdienste, maar er is geen vast inkomen,

en het zal niet evenredig zijn

naar zijn naam en faam.

Hij zal veel meer geld hebben dan zijn ouderlijke erfenis.

Omdat zijn geest van nature spiritueel gericht is,

zal er altijd een onverschilligheid zijn jegens geld’,


zegt Kowmaranadi verder.


Als de nog al op de cent kijkende eigenaar van het chalet waar UG’s zomers verblijft, het huis komt nazien op beschadiging enzovoorts, en dan met allerlei miezerige bezwaren komt aandragen, kapt UG hem af: ‘Oké, how much money do you want?’ Notabene, de krenterige verhuurder blijft al jaren in gebreke wat betreft het repareren van de diverse tuinstoelen, waardoor UG soms, als er veel bezoekers zijn, op een stoel zonder rugleuning moet zitten! Deze ‘vrijgevigheid’ komt niet voort uit een overvloed van geld of een tekort aan werkelijkheidszin, want UG heeft een afkeer van nutteloze verspilling, en daarin ligt hem meteen zijn grote werkelijkheidszin. Irritante betogen, die voortkomen uit onredelijkheid wijst hij zo snel mogelijk de deur, geen gezeur! De doortastendheid van UG werkt snel en accepteert geen enkel ‘verzinsel’, op geen enkel gebied!


UG) “Toen werd de seksualiteit een enorm probleem voor me. Ik was jong, alles was zo natuurlijk. ‘Waarom willen al die mensen seks ontkennen en zo iets heel natuurlijks onderdrukken? Om iets anders te verkrijgen, iets hogers? Maar dit is veel werkelijker en belangrijker voor me dan moksha en al die soort dingen! Dit is werkelijkheid! Ik denk over Goden en Godinnen en ik heb natte dromen! Waarom zou ik me schuldig voelen? Meditatie heeft me niet geholpen, studie ook niet, en evenmin mijn disciplines. Bovendien heb ik nooit zout, pepers en andere kruiden tot me genomen.’ Toen op een dag ontdekte ik dat Shivananda stiekem mango’s zat te eten! Dat was nu iemand die zichzelf van alles had ontzegd in de hoop iets te verkrijgen, maar hij kan zich niet beheersen, de hypocriet! Dit is niets voor mij!”


Seks wordt UG’s meditatie.


UG) “Ik wist niets van seks. Er waren toen nog geen erotische platen en posters. Dus, ‘Hoe komt het dan dat ik toch allerlei seksuele beelden heb?’ Dit werd mijn onderzoek en mijn meditatie. Niet het zitten in de lotushouding of op mijn hoofd staan. ‘Het is iets wat van binnen uit komt, het is er niet van buitenaf ingestopt. De buitenwereld vormt een soort van stimulatie, maar er is ook een prikkeling van binnen uit en die is belangrijker voor me. Alle uiterlijke impulsen kan ik met succes afsnijden, maar hoe doe ik dat met mijn innerlijke prikkels?’ Dat wilde ik uitvinden. Ik haastte me niet om seksueel verkeer met de één of andere vrouw te hebben, maar ik liet de dingen zich op hun eigen manier ontwikkelen. In die tijd wilde ik niet trouwen. Mijn grote wens was om asceet te worden of monnik, en zeker niet om te huwen. Wel, het leven ging verder en op een gegeven moment zei ik tegen mezelf: ‘Als het dan een kwestie is van je seksuele driften bevredigen, waarom dan niet trouwen? Daar is de maatschappij voor. Waarom seks hebben met zomaar een willekeurige vrouw? Je kunt een natuurlijk seksueel verkeer hebben in het huwelijk.”


Enkele jaren later trouwde UG een wel zeer schone vrouw uit India.


RCS) “Zeg UG, had je toen niet het gevoel, toen je een huwelijk was aangegaan, dat je jezelf verloochend had?”


UG) “Nee!”


RCS) “Ach kom, met zo n sterke Brahmaanse achtergrond toch zeker wel!”


UG) “Nee, werkelijk niet, ik heb er nooit spijt van gehad. Ik genoot ervan, seks was het enige wat me interesseerde niets anders interesseerde me toen!”


RCS) “Goed, je zult er wel van genoten hebben, maar was er niet zo n gevoel van ‘God waar ben ik mee bezig, ik heb zo n groot gedeelte van mijn leven aan filosofie gewijd en . . . “


UG) “Als dat zo geweest was had ik het geen zestien of achttien jaar met haar uitgehouden!”


RCS) “Maar voordat je trouwde moet je toch gedacht hebben . . . “


UG) “Eens zullen ze het een grote daad noemen, zoals bij boeddha toen hij zijn vrouw achterliet, maar nu veroordelen ze het.”


RCS) “Ja, maar je moet toch bij jezelf gedacht hebben, ‘kijk eens, ik heb zoveel moeizame jaren van ascetisme achter me liggen, het is mijn hele fundament en nu dit . . . ‘?”


UG) “Nee, nee, geen spijt ooit in mijn leven! ‘I never regretted anything, nor did I justify the thing!’ Er was dat gevoel in me, dat wat ik ook zoek, het gevonden moet kunnen worden ondanks en in deze situatie waarin ik nu verkeer’! Leven met een gezin en alle verantwoordelijkheden en zorgen van dien op mijn schouders torsend moet het komen, en zo niet, dan is het niets waard! Dezelfde obsessie heb ik nog steeds, in de zin dat ik nog steeds een doodgewone man ben, zonder de potsierlijkheden van een ‘geestelijke’ die de podia bestijgt en zijn tournees maakt door de wereld.”


RCS) Toch was het me al een paar maal opgevallen dat de eenvoud van UG’s antwoorden en handelen niet helemaal ontsierd was van enig acteertalent; als er een nieuwe bezoeker kwam die zijn vragen aan UG stelde, merkte ik soms op dat UG bij bepaalde antwoorden hier even een korte pauze inlaste en daar weer een stemverheffing had. Ik bezocht hem nu voor het tweede jaar in Zwitserland en met ongeveer zeven weken UG-visite op mijn naam en daarmee een filosofische chaos aan flarden gescheurd vertrouwen, was het deze ontdekking die me weer wat hoop gaf op een ‘zalig uiteinde’. Het was alsof ik achter UG’s coulissen kon zien dat zijn uiteindelijke doel toch opbouwend en gelukbrengend was voor de mensheid.


UG) “Ik kwam uit op een bepaald punt, omstreeks mijn éénentwintigste jaar, waar ik heel sterk voelde dat alle leraren, Boeddha, Jezus, Ramakrishna en alle anderen zichzelf voor de gek hadden gehouden, en daarna ook alle volgelingen. ‘Wat is die ‘staat’ die deze mensen beschrijven? Die beschrijving schijnt geen betrekking op mijn manier van leven te hebben. Iedereen zegt: word niet boos, maar ik zit van binnen vol met bruutheden, dus wat ze zeggen is vals! Hoe zij mij vertellen te zijn is onwaar, en omdat het onwaar is, zal het mij ook onwaar en vals maken. Dat wil ik niet. Ik ben kwaad, en ‘niet-kwaad’ is waar ze over praten! Ergens moet iets fout zitten. Mijn kwaadheid is een realiteit voor me.’ Op deze wijze sloop er in mijn systeem iets van afkeer tegen alles wat maar verheven en heilig leek. Geen shloka’s meer, geen religies, geen disciplines ik ben een bruut, een monster, vol met gewelddadigheid. Dat is mijn realiteit! Ik zit vol met wensen, en wensloosheid, niet kwaadzijn dat zegt me allemaal geen lor. Ik zet een dikke punt achter de hele handel! Maar ja, zo eenvoudig is dat niet!”


‘Hij komt al vroeg in zijn leven

in contact met grote mensen’,


zegt Kowmaranadi. En inderdaad, op een goede dag komt er iemand bij UG langs die hem uitnodigt om bij Ramana Maharishi een bezoek te brengen! UG wilde eerst niet gaan.


UG) “Als je er één of twee gezien hebt, ken je ze allemaal, die heiligen! Het enige wat ze te zeggen hebben is, doe meer en meer van dit, en je zult er komen. Maar het enige dat dit mij opleverde waren ervaringen en de wens naar voortduring ervan. En er is nu eenmaal niet zoiets als permanentheid. Dus voor mij waren alle heiligen oplichters!”


Maar toch, zij het wat onwillig, gaat UG naar Ramana. In zijn ashram aangekomen vraagt UG zich af, hoe deze man die maar wat aan het lezen is in stripverhalen, groente in stukjes snijdt en wat verveeld speelt, hem kan helpen.


UG) “Ik keek hem aan, hij keek mij aan er gebeurde niets! ‘In zijn tegenwoordigheid voel je vrede, je vragen verdwijnen’, was me gezegd. ‘Zijn blik verandert je’, het bleef een verhaaltje. Ik zat daar maar wat, vol idiote vragen. ‘Goed, laat ik dan maar een vraag stellen: ‘Kunt U me geven wat U heeft?’ Hij antwoordde eerst niet. ‘Wat U ook heeft, kunt U mij dat geven?’ Hij antwoordde: ‘Ik kan het je geven, maar kun jij het ontvangen?’ Boy! Voor het eerst zei iemand dat hij iets had, en dat ik het niet kon aannemen. Niemand daarvoor had ooit zoiets beweerd. Iedereen kwam aan met ‘doe dit, doe dat, sta op je hoofd, ga aan een boom hangen, onthoud jezelf allerlei dingen’. Maar deze Ramana zegt ‘Ik kan het je geven, maar kun jij het van mij aannemen?’ (can you take it?) Toen zei ik tegen mezelf: ‘Als er iemand in deze wereld is die het kan aannemen ben ik het wel, want ik heb zoveel gedaan, zeven jaren sadhana, zestien uur per dag! Als ik het niet kan nemen wie dan wel!’ Zo dacht ik er destijds over. Ik was zo overtuigd van mezelf . . . “


UG bleef niet lang bij Ramana. Hij stelde nog wat vragen, zoals ‘Kan een mens soms vrij zijn, en dan weer eens niet vrij zijn?’ Ramana antwoordde: ‘Of je bent vrij, of je bent helemaal niet vrij.’ Maar die antwoorden hielden UG niet zo bezig. Wat hem irriteerde was dit arrogante antwoord: ‘Can you take it?’ Waarom zou ik het niet kunnen! Wat het ook mag zijn? Deze vraag, wat heeft hij wat ik niet heb, hield me intens bezig, het werd mijn diepste vraag. ‘Wat is de staat, wat is de toestand waarin al die mensen zoals Boeddha, Jezus en de hele ploeg zich bevonden?’ Deze vraag hield me onafgebroken bezig. Ik zal uitvinden wat het is. Niemand kan me het geven, dus ik sta op mezelf. Ik zal deze onbekende zee over moeten zonder kompas, zonder schip en zelfs zonder vlotje.”


UG bezocht Ramana nooit weer!


UG) “Toen begon mijn ware zoektocht!”


RCS) De meeste zoekers studeren eerst misschien psychologie, fysica of andere richtingen en stappen dan langzaam aan over op filosofie en meditaties, omdat ze het antwoord op bepaalde grote levensvragen niet konden vinden in hun eerdere studies. Bij UG ging het precies andersom: hij was met dit laatste gestart en nu hij hierin geen oplossing vond zocht hij zijn heil in de psychologie en chemie studies!


UG) “Gedurende enige tijd studeerde ik psychologie en ook Oosterse en Westerse filosofie en enkele moderne wetenschappen. Het hele gebied van het menselijk kennen doorvorste ik. En het zoeken ging door: ‘Wat is die staat?’, die vraag kreeg een enorme intensiteit. Alle nieuwe kennis bevredigde me niet. ‘Waarom lees ik het allemaal?’ Ik was in psychologie geïnteresseerd om de eenvoudige reden dat de geest me altijd al had geïntrigeerd. ‘Waar is die geest? Ik wil erover weten. Hierbinnen zie ik geen geest, maar alle boeken spreken erover dus laat ik eens kijken wat de Westerse psychologen over de geest te vertellen hebben.’ Op een dag vroeg ik mijn professor of hij voor zichzelf een beeld had van wat de geest was. Hij zei: ‘Stel niet zulke lastige vragen. Dit zijn heel gevaarlijke vragen. Als je je examen wilt halen neem dan gewoon de notities over, leer ze uit je hoofd en dreun ze op in je antwoordvellen, dan krijg je je graad wel!’ Maar die graad interesseerde me niet. Ik wilde weten wat de geest was!”


‘Breekt met zijn opvoeding.

Begint een professionele studie

op zijn drieëntwintigste jaar,

maar beëindigt deze plotseling’,


dreunt Kowmaranadi het ‘antwoordvel’ vol!


UG ‘s grootvader stierf, en zonder zijn studie te beëindigen verliet UG de universiteit van Madras! Hij erfde van zijn grootvader een fortuin van vijftig of zestigduizend dollar. In negentiendrieënveertig was UG getrouwd, op vijfentwintig jarige leeftijd.








.

Beeldende Kunst
Artist-Impressions

“My life was really strange, from the beginning! Ik werd opgevoed door mijn grootouders. Mijn grootvader was een

rijk man, een advocaat. Hij had een groot huis en hij kende alle grote namen van de Theosofie, Blavatsky enzovoorts.

Hij legde er zich op toe om een gewijde sfeer in het huis te brengen om mij een zo goed mogelijke opvoeding te geven.

nachtmuziekdirigent